• default style
  • blue style
  • green style
  • red style
  • orange style
maandag 21 mei 2012

Waarom pensioensparen ook dit jaar interessant is.

Wij verwijzen naar een artikel dat verscheen op de website van NETTO.

Pensioenspaarfondsen ontsnappen niet aan de beurscrisis. Het gemiddelde fonds verloor sinds begin dit jaar al 7 procent. Waarom zouden we in godsnaam nog aan pensioensparen doen? 

 
De beurscrisissen van de voorbije jaren hebben de pensioenspaarfondsen een zware tik verkocht. Door de beursdaling in 2008 en 2011 verloren de fondsen over de laatste 5 jaar zelfs gemiddeld 1,8 procent per jaar. Over de voorbije 10 jaar boekten de fondsen wel een positieve return van gemiddeld 3,5 procent. 

Die returns liggen lager dan de fictieve rendementen waarmee de fiscus rekening houdt. Want op 60-jarige leeftijd wordt een taks op het langetermijnsparen van 10 procent afgehouden. Die wordt berekend door alle gestorte bedragen op te renten tegen een fictief rendement van 4,75 procent per jaar. Voor stortingen die u vóór 1993 gedaan heeft, gebeurt de oprenting zelfs tegen 6,25 procent per jaar en bedraagt de taks 16,5 procent. 

Fiscale voordeel 

De taks op 60 jaar is een compensatie voor het fiscale voordeel dat u geniet door in het fonds te storten. Jaarlijks kunt u uw storting tot 880 euro (inkomstenjaar 2011) inbrengen in uw belastingaangifte, waarvan u het jaar erop 264 euro (30 procent) recupereert. Afhankelijk van uw inkomen kon de recuperatie vroeger oplopen tot 40 procent, maar de regering-Di Rupo heeft de belastingvermindering voor iedereen op 30 procent gebracht. 

Belangrijke vraag voor de pensioenspaarder is tot welk niveau de return van het fonds mag terugvallen, zonder dat fiscale voordeel op te souperen. Neem het voorbeeld van iemand die op 30-jarige leeftijd met pensioensparen begint en tot zijn 65ste verjaardag telkens het maximale bedrag stort. Berekeningen tonen aan dat het fiscaal voordelig blijft om voor het fonds te kiezen zolang de return boven 1 procent uitkomt. Doet uw fonds over 35 jaar beter dan 1 procent per jaar, dan haalt u er meer uit dan u er hebt ingestoken. 

Lange termijn 

Wie de negatieve returns van de pensioenspaarfondsen in 2008 en 2011 bekijkt, zou al snel kunnen beslissen om het pensioensparen te laten vallen. Pensioensparen is echter een zaak van lange termijn. De 8 fondsen die al sinds eind jaren 80 bestaan, haalden sinds de oprichting een gemiddelde return van 6,5 procent per jaar, een pak hoger dan de drempel van 1 procent. En dat ondanks de verschillende beurscrisissen. Of die gemiddelde return ook in de toekomst zo hoog blijft, is twijfelachtig gezien de economische vooruitzichten. Maar zelfs al valt de return terug, dan nog blijft het fiscaal voordeel aantrekkelijk. Het volgende voorbeeld toont aan wat er zou gebeuren mocht u beslissen om niet aan pensioensparen te doen, maar het bedrag (minus recuperatie) elk jaar op een termijnrekening te plaatsen. 

Voorbeeld
Seppe is 30 jaar en wil dit jaar beginnen met pensioensparen. Elk jaar stort hij 880 euro (het maximumbedrag blijft ongewijzigd) in een pensioenspaarfonds dat de komende 35 jaar gemiddeld 4 procent per jaar zal opleveren. Het bedrag dat Seppe op 65-jarige leeftijd incasseert, is (incl. taks op 60 jaar) 60.928 euro.

Noah is 30 jaar en verkiest elk jaar het bedrag dat hij netto aan pensioensparen zou besteden op een termijnrekening te plaatsen. Dat komt neer op een jaarlijks bedrag van 616 euro (880-264). De termijnrekening levert de komende 35 jaar 3 procent netto per jaar op. Het bedrag dat Noah op 65-jarige leeftijd incasseert, is 38.362 euro.

In het voorbeeld houdt u met een fonds (4 procent return) dus 50 procent meer kapitaal over op 65-jarige leeftijd dan met een termijnrekening (3 procent return). Leveren de fondsen 3 procent per jaar op, dan strijkt u nog steeds 26 procent meer kapitaal op dan met de termijnrekening. 

Geen negatieve returns! 

Wie stort in een pensioenspaarverzekering hoeft voorgaande afweging niet te maken. Pensioenspaarverzekeringen via tak21-producten kunnen per definitie geen negatieve returns voorleggen. Bovendien wordt u op 60 jaar niet belast op een fictieve rente van 4,75 procent, maar op de gegarandeerde rente van het product. Die ligt vandaag stukken lager dan 4,75 procent. Of u daarom maar beter voor een pensioenspaarverzekering kiest, is een andere zaak. Over een langere periode presteerden de fondsen in het verleden altijd beter dan de verzekering. 

Technisch is het alvast geen probleem om zowel een pensioenspaarfonds als een pensioenspaarverzekering aan te houden. Wel kunt u in hetzelfde jaar slechts in één product storten. Wie alleen voor een pensioenspaarfonds kiest, doet er goed aan op 55-jarige leeftijd de overstap te maken naar een defensief pensioenspaarfonds. Op die manier stelt u uw pensioenkapitaal in de laatste jaren voor opname niet bloot aan al te veel risico.

 

Verouder jezelf en stuur ....

Wordt uw lening met variabele rente duurder ?

In Netto verscheen deze morgen volgend bericht :

De hogere marktrente die België moet betalen, zal ook doorsijpelen in de tarieven voor reeds afgesloten woonkredieten met een variabele rentevoet. Maar die impact zal niet bij elke bank even groot zijn en even snel doorgerekend worden. Hoe komt dat?
 
Om te weten in welke mate de hogere rente invloed zal hebben op de rente die u betaalt op uw reeds afgesloten woonkrediet, moet u oog hebben voor de referte-index die uw bank hanteert. Pas dan kunt u inschatten hoe uw bank de rente zal herberekenen bij de herzieningen.

De referte-indexen bepalen aan welk tarief banken aan elkaar lenen. Het Rekenhof berekent ze maandelijks en het Belgisch Staatsblad publiceert ze. Er zijn er tien, voor leningen van één tot tien jaar. Zij dienen ook als basis voor de winstmarge die banken halen op uw lening. Voor een woonlening met jaarlijkse herziening geldt referte-index A, voor een driejaarlijkse herziening referte-index C, voor een vijfjaarlijkse herziening referte-index E, enzovoort. De toegepaste index staat vermeld op het officiële tarievenblad dat u bij het aanbod van de kredietverstrekker krijgt.

Niet verplicht om de index te volgen

Voor een renteherziening geldt volgende, simpele formule: oude rentevoet + (nieuwe referte-index – oude referte-index) = nieuwe rentevoet. Je zou denken dat alle banken dan dezelfde rentevoet hanteren voor woonleningen met dezelfde frequentie in de herziening, want zij hanteren allemaal de referte-index. Maar dat is niet zo. “De banken zijn niet wettelijk verplicht om hun tarieven maandelijks aan te passen aan de bijgestelde referte-indexen. Sommige passen de tarieven aan zoals het hen best uitkomt”, weet John Romain van De Immotheker.

Neem een woonlening met een jaarlijks aanpasbare rente. Bank X biedt 3,4% rente, Bank Y 3,3%. Simpele keuze? Dat is buiten de referte-index gerekend.

Stel dat referte-index A, die voor u geldt, op 1,6% ligt en over vier jaar op 3,0%, maar dat beide banken er anders mee werken. Bank X past ze meteen toe op uw rente: 3,4% (oude rente) + 3,0% (nieuwe referte-index) – 1,6% (oude referte-index) = 4,8% (nieuwe rentevoet).

Stel dat Bank Y niet de actuele referte-index gebruikt om uw nieuwe rentevoet te berekenen, maar eentje van drie maanden eerder. Die bedroeg toen 1,0%. Bij Bank X bedraagt het verschil tussen de oorspronkelijke rente en de oorspronkelijke referte-index 1,8% (3,4% - 1,6%). Bij Bank Y bedraagt dat verschil 2,3% (3,3% - 1%).

Daardoor strijkt de bank meteen al meer winst op. Haar winst is het verschil tussen haar interbankenlening en uw woninglening.

Een gouden raad : neem met ons contact op om uw bestaand krediet te onderzoeken en de voor u ideale oplossing te vinden.

 

Arco-waarborg formeel van kracht

Onderstaand artikel verscheen deze morgen (18 november 2011) op de website van 'De Tijd'

 

De beschermingsregeling van de federale overheid voor de bijna 800.000 particuliere coöperanten van Arco, het investeringsvehikel van de christelijke arbeidersbeweging ACW, is nu ook formeel van kracht geworden. Het koninklijk besluit over de toetreding van de Arco-vennootschappen Arcofin, Arcoplus en Arcopar, die worden vereffend, tot het waarborgsysteem is vrijdag immers gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Francine Swiggers, de directievoorzitter van Arco. (Foto: Belga).
Francine Swiggers, de directievoorzitter van Arco. (Foto: Belga).

Rond die toetreding, een gevolg van het Dexia-debacle, is heel wat commotie ontstaan omdat het waarborgsysteem in principe enkel geldt voor spaarders (bankdeposito's en tak 21-spaarverzekeringen) maar nu wordt uitgebreid tot de Arco-coöperanten. Die worden daardoor gelijkgesteld aan spaarders en niet beschouwd als aandeelhouders. Arco is na de Gemeentelijke Holding de grootste Belgische aandeelhouder van de groep Dexia.

De Vlaamse Federatie van Beleggers (VFB) start een rechtszaak tegen de regeling wegens beweerde ongelijke behandeling van de Dexia-aandeelhouders. En in het federale parlement schoot de oppositie donderdag met scherp op de bescherming voor Arco. Daarbij moest CD&V het ontgelden. Het ACW is een van de vleugels van de Vlaamse christendemocraten en die worden ervan beticht de regeling erdoor gedrukt te hebben voor de eigen achterban. 

Ook was er de voorbije dagen onduidelijkheid ontstaan over het betrokken koninklijk besluit. In de Wetstraat was er immers sprake van dat de regering zich vandaag, vrijdag, opnieuw zou buigen over het kb, wat de vraag deed rijzen of er een kink in de kabel gekomen was.  

De drie Arco-vennootschappen worden vereffend. Dat wil zeggen dat hun activa worden verzilverd, de schuldeisers terugbetaald en het saldo uitgekeerd aan de coöperanten. Het uiteindelijke tekort, dat eerder deze week in de Wetstraat werd geraamd op 1 miljard euro, wordt bijgepast door het waarborgsysteem.

Crisis

De tekst van het kb heeft het over de 'dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door de ernstige dreiging van een systemische crisis, vastgesteld door de Nationale Bank van België, en door de noodzaak om zo snel mogelijk de omvang en de gevolgen van de huidige crisis op de financiële markten te beperken, het vertrouwen in het Belgische financiële stelsel te vrijwaren en aldus een systemische crisis te voorkomen'.

De tekst argumenteert dat 'de aandelen in de erkende coöperatieve vennootschappen in bepaalde gevallen alle kenmerken hebben van een spaarproduct, dat geacht wordt aan de vennoten geregelde inkomsten aan te bieden en hen op verzoek, binnen vrij beperkte grenzen, terugbetaling te verzekeren'. Daarom is het volgens het koninklijk besluit 'verantwoord om voor deze aandelen in een beschermingsregeling te voorzien gelijkwaardig aan deze die bestaat voor alternatieve spaarproducten, met name de bankdeposito's en de verzekeringen tak 21'.

De mogelijkheid om de depositobescherming op korte termijn uit te breiden tot het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen is 'een belangrijk element om het vertrouwen van het publiek te kunnen versterken'. Daarom is het 'verantwoord is om de aanvragen tot toetreding van de bedoelde vennootschappen te aanvaarden'.

Het resultaat van de grote nesterlatersenquête

Wil je de resultaten van de grote enquête bekijken ?

Klik hier om naar www.nestverlaters.be te gaan

Mijn hypothecair krediet

Dat de intresten die je op vandaag ontvangt op je spaarboekje en/of beleggingen aan de lage kant zijn, hoef ik je niet te vertellen. 

Dit heeft uiteraard ook voor gevolg dat de rentevoeten op hypothecaire leningen (= woonlening) aan de lage kant zijn. 

Wellicht heeft u nog niet overwogen om eens een herberekening van uw krediet te laten maken ?
Wij raden u dit echter ten stelligste aan. U kan voor een dergelijke berekening ook bij ons terecht. Eventjes contact opnemen voor een afspraak uiteraard. 

Zakenkantoor Tanghe vof
Zeger van Heulestraat 27 - 8501 Heule
Tel. 056/35.71.81 - Fax. 056/35.71.64 - Email : Dit e-mailadres wordt beschermd tegen spambots. JavaScript moet zijn geactiveerd om het te bekijken.